Voor schade aan werknemers in het verkeer
Door recente arresten van de Hoge Raad is uw aansprakelijkheid cq. vergoedingverplichting uitgebreid, zoals blijkt uit de casus van een verzorgingshulp die werkzaamheden bij hulpbehoevende aan huis verricht. Per fiets onderweg van de ene naar de andere cliënt, kwam zij op de openbare weg ten val en liep een dubbele fractuur van het scheenbeen op.
Zij leed schade waarvoor zij niet verzekerd is en stelde haar werkgever aansprakelijk. Op basis van Artikel 7:611 (goed werkgeverschap) stelde de Hoge Raad haar in het gelijk, ondanks dat de werkgever geen invloed op de situatie op de openbare weg had kunnen uitoefenen. De argumentatie van de Hoge Raad betrof het feit, dat de werkgever verzuimd had om voor een goede verzekering zorg te dragen.
De aansprakelijkheid cq. schadevergoedingsplicht voor werkgevers is hiermee uitgebreid naar de risico’s van deelname aan het verkeer in het algemeen, waaronder met name de kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) worden bedoeld. Als werkgever bent u dus aansprakelijk voor de schade die uw werknemer oploopt in het verkeer.
De aansprakelijkheid cq. schadevergoedingsplicht voor werkgevers is overigens niet alleen uitgebreid naar de risico’s van deelname aan het verkeer in het algemeen, maar ook met situaties die verband houden met het werk.
Een voorbeeld is de uitspraak van de Hoge Raad op 18 maart 2005. Een piloot in vaste dienst van de KLM was met zijn vriendin, tussen twee vluchten in, met een taxi onderweg van het hotel naar een restaurant in Ivoorkust. Tijdens de rit overkwam hem een verkeersongeval. De Hoge Raad achtte de werkgever aansprakelijk op basis van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek, waarin is vastgelegd dat er sprake moet zijn van goed werkgeverschap. Hiermede wordt aangegeven, dat een goede werkgever maatregelen moet treffen om risico’s in verband met het werk te beperken, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering.
Organiseren van een bedrijfsuitje? Laat het ons weten!
Een medewerkster van een bedrijf neemt op een vrijdagmiddag (na werktijd) deel aan een door werkgever georganiseerd bedrijfsuitje: een workshop dansen op rollerskates. De vrouw is daarbij ten val gekomen en heeft haar pols gebroken. Het letsel heeft geleid tot posttraumatische dystrofie, waardoor zij arbeidsongeschikt is geraakt en zij houdt haar werkgever aansprakelijk voor de geleden en te lijden schade. Zij baseert haar vordering primair op artikel 7:658 BW (veilige werkomstandigheden) en subsidiair op artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap).
Nadat de kantonrechter in Amersfoort en het hof in Amsterdam zich over deze zaak gebogen hadden, oordeelde de Hoge Raad op 17 april 2009, dat de werkgever op grond van artikel 7:611 BW voor deze schade aansprakelijk is. Artikel 7:658 BW is niet van toepassing, omdat een voldoende nauwe band tussen de werkzaamheden van de vrouw en de festiviteit ontbreekt.
Zorgplicht en goed werkgeverschap
Werknemers kunnen schade, opgelopen in verband met het werk, vorderen op de werkgever, gebaseerd op genoemd artikel 7:611 van het Burgerlijk wetboek, maar ook op artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek, waarin wordt gesteld dat een werkgever moet zorgen voor veilige werkomstandigheden. De uitspraken die in deze gevallen door de rechterlijke macht worden gedaan, berusten niet zelden op het feit of de werknemer al dan niet afdoende is verzekerd.
Kijk hier voor meer informatie of bel met Bart Voogt, 010 - 288 44 59.


